12-08-2015

Bovenkamers

Als vijfde in een rij heb ik voor het kunstproject Bovenkamers in de Haagse Kunstkring iets toegevoegd aan Kamer 2. Componiste Marion de Laat, beeldend kunstenaar Caro Rambonnet, fotograaf Wim van Ophem en theatermaker Henk Boelmans Kranenburg gingen me voor. Na mij hebben beeldend kunstenaars Boudewijn Schrijver en Kees Wattjes hun stempel op Kamer 2 gedrukt. Ron Sikking heeft een film gemaakt van het project, waarin Tatiana Radier, Rein Edzard en Anita Poolman een deel van de gedichten uit de Kamers voordragen (Anita leest mijn 'Après Spock'). Er is ook een film met voordracht van alle voor het project geschreven gedichten.
Het voltooide geheel is geopend op 26 september 2015 en was te zien t/m 25 oktober.
Hieronder een van de gedichten die ik aan Kamer 2 heb toegevoegd. Het is een al eerder gepubliceerde tekst die - wrang als hij is - erom vroeg er in deze kamer bij te mogen. Het gedicht is geschreven nadat ik het bericht had gelezen over de achtjarige Jesse, die in 2006 in zijn basisschool werd vermoord door een hem onbekende 22-jarige plaatsgenoot. Die was de school binnengedrongen en trof Jesse aan toen hij even uit zijn klas was gelopen om iets te pakken. Een van die momenten waarop alles stilstaat.  


Jesse


zaterdag: onder water gezwommen. ik was niet bang.
zondag: oma was er met stroopwafels.
maandag: sommen tot de honderd!
dinsdag: brief aan sint geschreven.
woensdag: kabouter gekleid. hij mocht mee naar huis.
donderdag: dode vogel gezien.
v

2 opmerkingen:

  1. Geachte mevrouw De Gilde, wat gebeurde er vrijdag met Jesse? Is het gedicht niet in zijn geheel geplaatst of is dit het? Ik vraag het omdat ik het gedicht ana Jesse, mijn kleinzoon, wil voorlezen. Uw gedicht Tuin vind ik zo prachtig! alm.vanheijst@gmail.com

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Geachte heer Van Heijst, beste Ad,

    Dank voor uw reactie en voor het compliment voor 'Tuin'.
    Wat uw vraag over 'Jesse' betreft: dit gedicht is helaas niet geschikt om aan kinderen voor te lezen.
    De aanleiding voor het gedicht heb ik beschreven in de tekst boven het gedicht. Jesse D. werd in 2006 in zijn basisschool in Hoogerheide vermoord door een gestoorde man die de school was binnengedrongen. Jesse was even buiten de klas iets gaan halen en werd zonder enige aanleiding aangevallen. Dat was op een vrijdag.
    In het gedicht heb ik geprobeerd de laatste week van Jesse te verbeelden alsof het een dagboek van hem was. De 'v' op de laatste regel is het einde van het gedicht: de eerste letter van de dag die hij niet heeft kunnen afmaken. De dode vogel van de donderdag is een vooruitwijzing naar wat er de dag erna gebeurde. De vorm van de v verbeeldt een wegvliegende vogel.
    Ik verwerk vaker zaken uit de werkelijkheid in mijn gedichten, maar zelden of nooit zo direct als in dit gedicht. De gebeurtenis greep me zo aan, dat ik het deze keer wel moest doen.

    Met hartelijke groeten,
    Edith de Gilde

    BeantwoordenVerwijderen